Argumentatio-1

Paragraaf 55

nemo nostrum est, Eruci, quin sciat tibi inimicitias cum Sex. Roscio nullas esse; vident omnes qua de causa huic inimicus venias; sciunt huiusce pecunia te adductum esse quid ergo est? ita tamen quaestus te cupidum esse oportebat ut horum existimationem et legem Remmiam putares aliquid valere oportere.

 

nemo nostrum – omnes: hyperbool (zie thema stijlfiguren). Cicero suggereert daarmee en met het tricolon quin sciat – vident – sciunt hoe overduidelijk de zaak en zijn gelijk is.
 

legem Remmiam: deze wet (datum onbekend) had betrekking op calumnia, het brengen van een valse aanklacht. Na een vrijspraak moest dezelfde juryrechtbank onderzoeken of de aanklager te goeder trouw was geweest. Als bleek dat deze uit  lichtzinnigheid of boosaardigheid had gehandeld, werd hij gestraft met infamia. Dit hield in dat zijn rechten als burger aanzienlijk werden ingeperkt.

nemo nostrum est ... quin sciat: ‘er is niemand van ons ... die niet weet’; quin is hier gelijk aan qui non (zie Pinkster s.v. quin II.3).

quaestus: gen. bij cupidum (‘begerig naar winst’).