Argumentatio-2

Paragraaf 90

“quis ibi non est volneratus ferro Phrygio?” non necesse est omnis commemorare Curtios, Marios, denique Memmios quos iam aetas a proeliis avocabat, postremo Priamum ipsum senem, Antistium quem non modo aetas sed etiam leges pugnare prohibebant. iam quos nemo propter ignobilitatem nominat, sescenti sunt qui inter sicarios et de veneficiis accusabant; qui omnes, quod ad me attinet, vellem viverent. nihil enim mali est canes ibi quam plurimos esse ubi permulti observandi multaque servanda sunt. 

 

‘quis ibi – Phrygio’: citaat uit een tragedie van Ennius over de Trojaanse oorlog. Ennius was een schoolauteur. Het heroïsche citaat is hier toegepast op de dood van talloze aanklagers; Cicero laat zien hoe ook hij (net als Erucius) in staat is relevant materiaal uit te vergroten tot epische proporties.

proeliis – pugnare: zet de vergelijking van de proscripties met de Trojaanse of de Punische oorlog voort. Dat aanklagen met oorlog geassocieerd wordt, is vrij gangbaar.

Priamus – Antistius: vervolgt de epische vergelijkingen door een waarschijnlijk veroordeelde aanklager te vergelijken met de respectabele en juist niet strijdlustige koning van Troje. Met deze vergelijking wordt bovendien het Ennius-citaat over het Phrygische zwaard thematisch voortgezet, zoals postremo ook lijkt te markeren.

vellem viverent: de formulering is redelijk luchtig, net zoals de zinnen hiervoor; de alliteratie onderstreept dit. Cicero’s toon zou ongepast over kunnen komen (het gaat immers om slachtoffers die nog maar enkele jaren eerder gevallen zijn).

nihil enim … sunt: in algemene termen geformuleerd argument (zie thema stijlfiguren).

canes: Cicero heeft aanklagers al eerder met honden vergeleken, zie §56 – daar waren de ‘waakhonden’ echter niet alleen maar positief neergezet.

observandi – servanda: spel met simplex en compositum die verschillende betekenissen hebben, wat een mooi klankeffect oplevert. Versterkt wordt dit spel van simplex en compositum door permulti – multi (multi wordt dan aan begin van §91 als multa weer opgenomen, voor permulti zie ook §92).

In deze alinea spreekt Cicero over aanklagers die tijdens de dictatuur van Sulla zelf slachtoffers van de proscripties geworden zijn. De formulering ‘mensen als Curtius, Marius en Memmius’ verwijzen daarbij naar blijkbaar bekende aanklagers, maar de grote namen (alle leden van beroemde families die ook veel beroemde politici hebben voortgebracht) versterken ook het ironisch effect van Cicero’s vergelijking van de proscripties met hoogtepunten uit de Romeinse geschiedenis of zelfs de epische wereld.

leges: waarschijnlijk bedoelt Cicero hier de lex Remmia wegens het ongegrond aanklagen (zie §55). Over deze Antistius is verder niets bekend.

inter sicarios et de veneficiis accusabant: zij traden op als aanklagers in de door Sulla ingestelde permanente rechtbanken voor moord en vergiftiging (lex Cornelia, 81 v.Chr.); zie het thema strafrechtspraak voor een plattegrond waarop te zien is waar op het forum zulke processen de sicariis et veneficiis plaats vonden.

sescenti: ‘zeshonderd’, een getal dat vaak wordt gebruikt in de betekenis ‘ontelbaar, duizenden’ (vgl. Ned. ‘duizend-en-een’). 

nihil enim mali est: ‘er is immers niets kwaads’, oftewel ‘het kan immers geen kwaad’; mali is een gen. partitivus bij nihil.

quam plurimos: quam + superlativus ‘zo ... mogelijk’.

permulti: versterkte vorm van multi (‘zeer velen’).