Argumentatio-2

Paragraaf 116

videte iam porro cetera, iudices, ut intellegatis fingi maleficium nullum posse quo iste sese non contaminarit. in rebus minoribus socium fallere turpissimum est aequeque turpe atque illud de quo ante dixi; neque iniuria, propterea quod auxilium sibi se putat adiunxisse qui eum altero rem communicavit. ad cuius igitur fidem confugiet, cum per eius fidem laeditur cui se commiserit? atque ea sunt animadvertenda peccata maxime quae difficillime praecaventur. tecti esse ad alienos possumus, intimi multa apertiora videant necesse est; socium cavere qui possumus? quem etiam si metuimus, ius offici laedimus. recte igitur maiores cum qui socium fefellisset in virorum bonorum numero non putarunt haberi oportere. 

 

fides (2x) – socium fallere (2x): de antithetische begrippen worden allebei twee keer gebruikt om het nieuwe a fortiori argument voor te bereiden (dit type argumentatie wordt expliciet aangeduid met in rebus minoribus): nu gaat het niet meer om privézaken vs. publieke opdrachten, maar om het misleiden van een willekeurig iemand vs. het bedriegen van een partner.

turpissimum est aeque turpe atque: voor turpis/turpissimum zie ook §112. De formulering is opvallend: na een superlativus, die toch eigenlijk iets als het hoogst mogelijke aanwijst, staat direct de formulering aeque turpe. De lezer wordt dus uitgenodigd om alles wat Capito heeft gedaan als een soort misdaad in de overtreffende trap te zien.

communicavit – commiserit: de alliteratie van het voorzetsel com- (< cum) maakt extra duidelijk dat het bij socii eigenlijk om samenwerken moet gaan. Het eveneens allitererende werkwoord confugiet versterkt dit effect puur qua klank (niet qua betekenis).

in virorum bonorum numero: herhaalt §113 (intra honestos homines) en wijst er opnieuw op dat Capito infamia verdient (vgl. §111)

contaminarit: een religieuze term om wangedrag te beschrijven. Vgl. §113.

maiores: al eerder had Cicero de voorouders als autoriteit en maatstaf van goede rechtspraktijk aangevoerd (zie §69; §100; §102).

contaminarit: = contaminaverit (syncope).

turpissimum est: het subject van dit naamwoordelijk gezegde is fallere en een inf. geldt als onzijdig, vandaar de uitgang -um.

aequeque turpe atque: ‘en even schandelijk als’ (vgl. idem atque ‘dezelfde als’); aequēquĕ = et aequē.

ante: adv. ‘tevoren, eerder’.

neque iniuriā: ‘en niet ten onrechte’.  

putat: subject is qui cum altero rem communicavit.

auxilium sibi se ... adiunxisse: sibi adiungere = ‘voor zich verwerven, verkrijgen’ (Pinkster s.v. adiungo 7).

confugiet: het preverbium con- betekent soms ‘samen’, maar dikwijls (zoals hier) versterkt het alleen de betekenis van het verbum simplex.  

cum per eius fidem laeditur cui se commiserit: ‘wanneer hij door diens trouw geschaad wordt, aan wie hij zich heeft toevertrouwd’; cum + indicativus maakt de bijzin zuiver temporeel; eius anticipeert op de relatieve bijzin cui se commiserit.   

sunt animadvertenda: voor animadvertere zie §137; het gerundivum drukt, als naamwoordelijk deel van het gezegde, een noodzaak of verplichting uit.

quae  difficillime praecaventur: ‘die het moeilijkst voorkomen worden’ (zie Pinkster s.v. praecaveo 3).

videant necesse est: vgl. §87 concedas necesse est.

qui possumus: qui = ‘hoe?’ (zie Pinkster s.v. qui 4).

in virorum bonorum numero ... haberi: ‘tot de goede mannen gerekend worden’ (zie Pinkster s.v. numerus 6). Het subject van haberi is eum qui socium fefellisset; deze a.c.i. is afhankelijk van oportere, dat op zijn beurt afhankelijk is van puta(ve)runt.