Argumentatio-2

Paragraaf 109

venit in decem primis legatus in castra Capito. vos totam vitam naturam moresque hominis ex ipsa legatione cognoscite. Nisi intellexeritis, iudices, nullum esse officium, nullum ius tam sanctum atque integrum quod non eius scelus atque perfidia violarit et imminuerit, virum optimum esse eum iudicatote. 

 

vitam naturam mores: tricolon van drie woorden die in deze context min of meer hetzelfde betekenen, wat een zeer plechtstatige indruk maakt. In de volgende passage zal Cicero dus de ware aard van Capito beschrijven.

nullum esse officium, nullum ius: de anafoor versterkt de plechtige toon van deze aankondiging. Ook de bijvoeglijke naamwoorden sanctus en integer versterken deze indruk.

officium/ius – sanctum/integrum – scelus/perfidia – violarit/imminuerit: vier woordverdubbelingen structureren deze zin en versterken eveneens de verheven toon.

virum optimum: voor een vergelijkbare ironie met betrekking tot Capito, zie §101; in §104 heeft Cicero vir optime voor Magnus gebruikt.

legatus ... Capito: voor de problemen rondom Capito’s deelname aan dit gezantschap, zie §26 (context).

vitam: ‘manier van leven, levenswandel’ (Pinkster s.v. vita 2).

hominis: i.e. Capito.

nisi intellexeritis ... iudicatote: futurum perfectum in de bijzin, gevolgd door een imperativus futuri (lett. ‘jullie zullen moeten oordelen’) in de hoofdzin.

quod non ... violarit et imminuerit: de relatieve bijzin met coni. heeft een consecutieve waarde (quod = ut id); violarit is de gesyncopeerde vorm van violaverit.