Argumentatio-3

Paragraaf 135

ipse vero quem ad modum composito et dilibuto capillo passim per forum volitet cum magna caterva togatorum videtis, iudices; videtis ut omnis despiciat, ut hominem prae se neminem putet, ut se solum beatum, solum potentem putet. quae vero efficiat et quae conetur si velim commemorare, vereor, iudices, ne quis imperitior existimet me causam nobilitatis victoriamque voluisse laedere. tametsi meo iure possum, si quid in hac parte mihi non placeat, vituperare; non enim vereor ne quis alienum me animum habuisse a causa nobilitatis existimet.

 

per forum volitet: voor de mogelijke invloed van typische beschrijvingen, zoals men die in de retoricaschool leerde, zie §133. Maar waar in de Rhetorica ad Herennium de persoon als een gevaarlijke draak over het forum kruipt, paradeert Chrysogonus als een pauw (volitare). In plaats van haat schijnt Cicero eerder grimmig gelach bij het publiek te willen opwekken.

videtis (2x): Ciero haalt met deze beschrijving, die veel visuele details bevat, het typische gedrag van Chrysogonus zeer beeldend voor de geest van de luisteraars. Voor de retorische techniek van de sub oculis subiectio zie §98.

potentem putet: potentia is al vaker als typisch voor Chrysogonus genoemd (zie bijv. §6, §35 en §122); hier benadrukt de alliteratie als afsluiting van deze satirische karakterisering opnieuw dat hij veel invloed, maar geen officiëel ambt heeft dat deze macht legitimeert. Bovendien toont de formulering zijn hybris: hij denkt dat hij alleen machtig is en plaatst daarmee zichzelf hoger dan zijn vroegere meester Sulla, van wie Cicero kort daarvoor gezegd heeft dat hij als enige (solus §131) in Rome regeert. Hierbij past ook dat hij alleen zichzelf als gelukkig (beatus) beschouwt – Sulla had de officiële bijnaam (agnomen) Felix.

imperitior: bedoeld is ‘nog minder ervaren dan Cicero zelf’. Dit is een slimme zet. Als iemand van de toehoorders denkt dat Cicero met het volgende Sulla bekritiseert, dan is dat volgens Cicero een teken van naïviteit; omdat niemand zo wil overkomen, zal niemand het aandurven om deze verdenking te snel te uiten.

causam nobilitatis victoriamque: de plaatsing van victoriam benadrukt het woord (versterkt door de alliteratie victoriamque voluisse). Cicero bevestigt daarmee dat hij Sulla’s tegenwoordige machtspositie als beloning voor zijn overwininng in de burgeroorlog accepteert.

meo iure: Cicero had al in §130 aangegeven dat hij nu voor zich zelf spreekt en niet meer voor Roscius pleit.

togatorum: de begeleiders van Chrysogonus waren geen vrijgelatenen zoals hijzelf, maar Romeinse burgers, en dat was heel uitzonderlijk.

causam nobilitatis: Sulla had in de burgeroorlog aan de kant van de optimates gestaan (een politieke stoming die de belangen van de adel en de senaat verdedigde), terwijl zijn tegenstander Marius zich als een popularis had gepresenteerd (iemand die eerder de belangen van het volk vertegenwoordigde). Cicero met zijn politieke ambities (zie §3) heeft er natuurlijk belang bij om de senatoren te vriend te houden; bovendien wil hij Sulla opnieuw buiten spel houden (zie §130 en thema Sulla).

volitet: coni. in indirecte vraagzin ingeleid door quemadmodum, afhankelijk van videtis.

ut despiciat: de eerste van drie indirecte vraagzinnen ingeleid door ut (‘hoe’).

quae vero efficiat et quae conetur: het partikel vero markeert wederom een climax. De beide indirecte vraagzinnen zijn afhankelijk van commemorare; als topic van de zin staan ze, volstrekt natuurlijk, aan het begin van de zin: ‘Maar wat hij uitvoert en wat hij probeert, als ik dat wil vertellen, leden van de jury, dan vrees ik ...’).

si velim: coni. potentialis (geen irrealis); het is dus mogelijk, aldus de spreker, dat hij hier inderdaad over wil spreken.  

vereor ... ne quis: voor vereor ne zie §124; voor ne quis zie §97.

tametsi: aan het begin van een nieuwe hoofdzin ‘Toch’.

si ... placeat: coni. potentialis.

alienum me animum habuisse: een aardig voorbeeld van zgn. interlaced word order, waarbij de woorden alienum animum (het object binnen de a.c.i.) opzettelijk van elkaar worden gescheiden.

alienum ... a(b): ‘afkerig van’.