Argumentatio-3

Paragraaf 141

hicne etiam sese putat aliquid posse Chrysogonus? hicne etiam potens esse volt? O rem miseram atque acerbam! neque me hercules hoc indigne fero, quod verear ne quid possit, verum quod ausus est, quod speravit sese apud talis viros aliquid ad perniciem posse innocentis, id ipsum queror. . idcircone exspectata nobilitas armis atque ferro rem publicam reciperavit ut ad libidinem suam liberti servolique nobilium bona fortunas arasque nostras vexare possent? 

 

hicne (2x): de anafoor versterkt de verontwaardigde vraag aan de rechters of zij Chrysogonus ook in hun domein, namelijk de rechtbanken, macht willen geven.

putat … posse … potens: de alliteratie benadrukt uiteindelijk wederom dat Chrysogionus potentia voor zich opeiste (zie o.a. §125 en §135).

o rem miseram: aan het einde van zijn argumentatio en als overgang naar de peroratio versterkt Cicero het pathos (zie thema logos-ethos-pathos), eerst met de vragen, nu met een uitroep.

fero quod – verum quod …. queror: een chiasme (zie thema stijlfiguren).

aliquid posse … (ali)quid possit … aliquid posse: drie keer herhaalt Cicero de term om aan te geven hoe erg het is dat Chrysogonus hoopt zijn invloed ook in de rechtbanken te kunnen uitoefenen.

apud tales viros: de rechters die als aristocraten (zie context) een natuurlijke afkeer van de vrijgelatenen moeten hebben. Cicero spreekt hen hier nog een keer op hun waardigheid aan.

rem publicam reciperavit: zie voor een vergelijkbare formulering §137 (populus restitutus).

liberti servulique: de verkleinvorm servuli drukt verachting uit en maakt de schande van de tegenwoordige situatie voor het aanzien van de nobilitas nog zichtbaarder.

spectata nobilitas – liberti servulique: de rechters horen door Sulla’s overwinning en hervorming bij deze groep (zie §140); zij moeten nu de overwinning van de optimates niet in gevaar brengen door sociaal laaggeplaatste vrijgelatenen als Chrysogonus opeens macht te geven (zie §138: nobilitas ornabitur).

o rem miseram atque acerbam!: dergelijke uitroepen staan in het Latijn doorgaans in de accusatief (acc. exclamationis).

neque ... quod verear ... sed quod ausus est: na een mogelijkheid in de coniunctivus volgt de werkelijkheid in de indicativus.  

verear ne quid: zie 135.

id ipsum: herneemt de met quod opgesomde feiten.

idcircone: het vraagpartikel -ne introduceert een neutrale (of liever een als neutraal gepresenteerde) vraag.

spectata: ‘beproefd, voortreffelijk’

servuli: het verkleinwoord drukt hier duidelijk misprijzen uit.