Argumentatio-2

Paragraaf 106

non enim ego ita disputabo: 'veri simile est Roscios istam rem ad Chrysogonum detulisse; erat enim eis cum Chrysogono iam antea amicitia; nam cum multos veteres a maioribus Roscii patronos hospitesque haberent, omnis eos colere atque observare destiterunt ac se in Chrysogoni fidem et clientelam contulerunt.' 

 

De hele alinea is een praeteritio (zie thema stijlfiguren).

veteres a maioribus Roscii: de twee Titi Roscii hebben besloten zich van de traditie en dus van het goede af te keren. Het naast elkaar plaatsen van twee woorden met de betekenis ‘oud’ onderstreept dat vader en zoon Roscius de mos maiorum representeren die in Ameria nog voortleeft (zie §26), terwijl de tegenpartij aangevoerd wordt door een man zonder enige familie traditie: de vrijgelatene Chrysogonus.

amicitia, clientelam: het verbreken van oude netwerken en het zoeken van nieuwe vrienden moet in de onrustige tijd van de burgeroorlog tussen Marius en Sulla vaker zijn voorgekomen. Cicero suggereert daarmee ook dat de Titi Roscii mensen zijn die profijt hebben van oorlog en onrust in de maatschappij. (zie thema patronage-amicitia)

detulisse: zie Pinkster s.v. defero 8 ‘melden, berichten’.

erat enim eis: dativus possessivus.

cum ... haberent: cum + coni. schetst de context waarin de hoofdzin moet worden begrepen; hier kan van een concessief verband worden gesproken.

se in Chrysogoni fidem et clientelam contulerunt: in fidem alicuius se conferre betekent ‘zich onder iemands bescherming stellen’ (zie Pinkster s.v. fides1 9). De frase fidem et clientelam moet als hendiadys worden begrepen.