Argumentatio-2

Paragraaf 113

itane est? in minimis rebus qui mandatum neglexerit, turpissimo iudicio condemnetur necesse est, in re tanta cum is cui fama mortui, fortunae vivi commendatae sunt atque concreditae, ignominia mortuum, inopia vivum adfecerit, is inter honestos homines atque adeo inter vivos numerabitur? in minimis privatisque rebus etiam neglegentia in crimen mandati iudiciumque infamiae vocatur, propterea quod, si recte fiat, illum neglegere oporteat qui mandarit non illum qui mandatum receperit; in re tanta quae publice gesta atque commissa sit qui non neglegentia privatum aliquod commodum laeserit sed perfidia legationis ipsius caerimoniam polluerit maculaque adfecerit, qua is tandem poena adficietur aut quo iudicio damnabitur? 

 

in minimis privatisque rebus: herhaling van het begin van §111 en een variatie op de tweede zin van deze paragraaf. De hele zin bevat bovendien ongeveer dezelfde boodschap als de eerste zin in §111.

in re tanta (2x): de herhaling van deze woorden in twee dicht opeenvolgende zinnen versterkt het a fortiori argument (zie §111). Hetzelfde geldt voor de grote frequentie van het woord neglegentia/neglegere.

fama mortui, fortunae vivi – ignominia mortuum, inopia vivum: het parallelisme bevat een antithese (zie thema stijlfiguren); de combinatie van beide stijlmiddelen maakt dat de omvang van de besproken misdaad duidelijk wordt. Ook de dubbele alliteratie in deze zin versterkt dit effect (commandatae – concreditae; ignominia – inopia).

caerimoniam legationis: het woord caerimonia verwijst naar een religieuze context. Cicero zegt dus dat een legatio een bijna religieuze bescherming genoot die absoluut niet geschonden mocht worden. Ook de woorden polluerit en macula passen bij religieuze schendingen die nog erger zijn dan menselijke wandaden.

qui ... neglexerit: definiërende coni. in relatieve bijzin.

condemnetur necesse est: vgl. §87.  

cum is ... ignominiā mortuum, inopiā vivum affecerit: affecerit zou morfologisch een fut. exactum kunnen zijn (gevolgd door fut. numerabitur in de hoofdzin), maar de inhoud van de zin verwijst duidelijk naar gebeurtenissen in het verleden, dus hier is naar alle waarschijnlijkheid sprake van een coni. perf.  

cui fama mortui, fortunae vivi commendatae sunt atque concreditae: zowel fama als fortunae zijn in deze bijzin subject; de werkwoordsvorm voegt zich naar het laatstgenoemde subject.

adeo: ‘zelfs’ of ‘sterker (nog)’.

privatisque rebus: ‘particuliere zaken, privé-aangelegenheden’.

crimen mandati: crimen betekent in klassiek Latijn meestal ‘beschuldiging’ of ‘aanklacht’ (zelden ‘misdaad’); de gen. geeft aan waarvan iemand beschuldigd of aangeklaagd wordt (‘wegens ...’).

in crimen ... vocatur: in crimen vocare = ‘beschuldigen’ (Pinkster s.v. voco 8, s.v. crimen 1).

mandarit: gesyncopeerde vorm van mandaverit.

receperit: recipere hier in de betekenis ‘aanvaarden, op zich nemen’ (zie Pinkster s.v. 16).

qui non ... affecerit: de relatieve bijzin gaat vooraf aan het “antecedent” is in de hoofdzin.

qua ... tandem poena: het partikel tandem versterkt het vraagwoord (‘met welke straf toch?’ of ‘met welke straf in vredesnaam?’).