Peroratio

Paragraaf 144

si hac indigna suspicione careat, animo aequo se carere suis omnibus commodis dicit. rogat oratque te, Chrysogone, si nihil de patris fortunis amplissimis in suam rem convertit, si nulla in re te fraudavit, si tibi optima fide sua omnia concessit, adnumeravit, appendit, si vestitum quo ipse tectus erat anulumque de digito suum tibi tradidit, si ex omnibus rebus se ipsum nudum neque praeterea quicquam excepit, ut sibi per te liceat innocenti amicorum opibus vitam in egestate degere.   

Chrysogone: het komt als een verrassing dat Roscius zogenaamd Chrysogonus om hulp aanroept, nadat Cicero Chrysogonus daarvoor zo hard heeft aangepakt; hier wordt de machtspositie van Sulla’s vriendje in feite bevestigd.

si (5x): de vijf conditionele zinnen zetten Roscius als steeds zieliger neer; aan het eind is hij letterlijk naakt (nudus, hier = het vege lijf) en heeft hij alles wat hij bezit, inclusief zijn kleding, aan Chrysogonus gegeven. Dit is een duidelijk pathos-middel (zie thema logos-ethos-pathos) waarmee Cicero hoopt het medelijden van de rechters op te wekken.

innocenti … egestate: het sterke hyperbaton (zie thema stijlfiguren) benadrukt de armoede waarin Roscius in de toekomst zal leven, hoewel hij volledig onschuldig is. Dat hij daarmee tevreden is, maakt hem des te sympathieker en zieliger.

carere ... omnibus commodis; vitam in egestate degere: Cicero heeft al in §7 gezegd dat Roscius afziet van zijn vaders’ erfenis en met alleen zijn leven tevreden is. Het is verrassend dat hij, nadat hij in zijn argumentatio zo duidelijk heeft gemaakt dat de proscriptie onwettig was, niet ook het vermogen van Roscius sr. opeist. Cicero houdt hierbij rekening met de onderlinge machtsverhoudingen van de betrokken partijen: Chrysogonus zou geen risico lopen het bezit in een vervolgproces kwijt te raken, en dat maakt het voor de rechters (die misschien toch wel bang voor Chrysogonus waren) mogelijk om Roscius vrij te spreken. Of dit betekent dat Cicero zelf niet 100% ervan overtuigd is dat Roscius onschuldig is, is een spannende (en speculatieve) vraag.

anulus: de ring die een Romein dagelijks droeg was vaak een erfstuk van enkele generaties; misschien was het een zegelring, maar in ieder geval een stuk van grote emotionele en symbolische waarde. Het afpakken daarvan toont Chrysogonus’ roekeloosheid en Roscius’ meelijwekkende situatie. Je zou vandaag kunnen denken aan iemand die gedwongen wordt zijn trouwring in te leveren.

careat ... carere: Cicero speelt met de dubbele betekenis van car─ôre (+ abl.): ‘vrij zijn van, niet hebben, niet bezitten’ en ‘ ontberen, missen, het moeten stellen zonder’ (zie Pinkster s.v. careo 1 en 3).

rogat oratque te: de inhoud van het verzoek volgt, na een trits si-bijzinnen, in de ut-bijzin.

in suam rem convertit: zie Pinkster s.v. res 10.  

vestitum: niet het ppp van vestire, maar het substantief vestitus, -us ‘kleding’.

suum: door de woordschikking – suum is losgekoppeld van het substantief anulum – krijgt het bezittelijk voornaamwoord een predicatieve lading: enigszins overdreven vertaald ‘als hij de ring van zijn vinger, hoewel die van hemzelf was, aan jou heeft gegeven’. 

quicquam: vanwege de negatie (neque) gebruikt het Latijn quicquam (=quidquam) i.p.v. aliquid.

ut sibi ... liceat: de inhoud van rogat oratque te; sibi verwijst, geheel volgens de regels van de oratio obliqua, terug naar het subject van rogat oratque (Roscius junior) en wordt gekwalificeerd door innocenti.