Peroratio

Paragraaf 153

quod si id vos suscipitis et eam ad rem operam vestram profitemini, si idcirco sedetis ut ad vos adducantur eorum liberi quorum bona venierunt, cavete, per deos immortalis! iudices, ne nova et multo crudelior per vos proscriptio instaurata esse videatur. illam priorem quae facta est in eos qui arma capere potuerunt tamen senatus suscipere noluit, ne quid acrius quam more maiorum comparatum est publico consilio factum videretur, hanc vero quae ad eorum liberos atque ad infantium puerorum incunabula pertinet nisi hoc iudicio a vobis reicitis et aspernamini, videte, per deos immortalis! quem in locum rem publicam perventuram putetis!  

 

In de laatste twee paragrafen spoort Cicero de rechters direct aan, wat aan de vier imperativi te zien is die hij gebruikt. Daardoor maakt hij de afsluiting van de speech (conform de regels van de retorica) extra indringend.

per deos immortales (2x): sterk pathetische uitroep, zie §151 en thema logos-ethos-pathos.

illam priorem: Sulla’s proscriptie wordt hier als minder erg neergezet dan de potentiële nieuwe ‘proscriptie’ die de juryleden met een veroordeling van Roscius in gang zouden zetten (zie ook context).

senatus suscipere noluit: de alliteratie versterkt het belangrijke punt dat de juryleden, die net zoals de senatoren een publicum consilium vormen, niet wreder dan de senaat mogen handelen.

infantium puerorum incunabula: de verwijzing naar babies of peuters die eveneens tijdens zo’n reeks aanklachten veroordeeld zouden worden, moet het medelijden van de toehoorders opwekken en is dus een krachtig pathosmiddel (hier versterkt door de alliteratie infantium incunabula).

rem publicam perventuram putetis: de sterke alliteratie versterkt de pathetische uitroep.

Cicero doet het hier voorkomen alsof het proces tegen Roscius het eerste in een lange reeks is, waarin de kinderen van andere geproscribeerden eveneens aangeklaagd zouden kunnen worden (hij noemt dit een nova et multo crudelior proscriptio, zie thema framing). Vaak werden naaste familieleden van mensen wier namen op de proscriptielijst stonden, in ballingschap gestuurd; de kans was groot dat hen ooit gratie verleend zou worden en dat zij dan hun goederen terug zouden eisen, en hiervoor waren natuurlijk de opkopers zoals Chrysogonus beducht.

publico consilio: hier (anders dan in §151) niet als alternatieve term voor de rechtbanken gebruikt, maar voor de senaat, eveneens een publieke instelling.

cavete ... ne: “hoed u ervoor ... dat”; het Latijn gebruikt het voegwoord ne, omdat men hoopt dat het niet gebeurt (vgl. ne na werkwoorden van vrezen).

illam priorem: sc. proscriptionem.

acrius quam more maiorum: een adverbium en een abl. modi op één lijn (“op fellere wijze dan op de wijze van de voorouders”)

hanc vero: sc. proscriptionem, vero markeert het contrast met “die eerdere proscriptie”.

eorum liberos: eorum verwijst terug naar eos qui arma capere potuerunt.

quem in locum: het gaat hier niet om een fysieke plaats, maar om een “positie” of “toestand”.