Argumentatio-2

Paragraaf 114

si hanc ei rem privatim Sex. Roscius mandavisset ut cum Chrysogono transigeret atque decideret, inque eam rem fidem suam, si quid opus esse putaret, interponeret, ille qui sese facturum recepisset, nonne, si ex eo negotio tantulum in rem suam convertisset, damnatus per arbitrum et rem restitueret et honestatem omnem amitteret? 

 

hanc ei rem: anafoor (zie thema stijlfiguren); de volgende zin (§115) begint ook met deze woorden.

arbitrum: oospronkelijk een scheidsrechter, maar de term was ten tijde van Cicero al lang een equivalent van iudex, de door de praetor benoemde rechter. Ook hier is de arbiter in feite iudex.

honestatem omnem amitteret: het verliezen van je honestas of dignitas werd infamia genoemd (vgl. §111)

si ... mandavisset ... recepisset: irrealis van het verleden.

ei: Capito.

privatim: adv. ‘als particulier’ (tegenover publice in §115).

transigeret atque dec─źderet: deze werkwoorden zijn vrijwel synoniem (‘een overeenkomst sluiten’); de connector atque geeft aan dat er sprake is van een nauw verband.

inque eam rem: Cicero verbindt het enclitische -que zelden met een eenlettergrepige prepositie, tenzij deze (zoals hier) gevolgd wordt door een vorm van is, ea, id (vgl. §151 ad eamne rem).

fidem suam ... interponeret: fidem suam interponere (in + acc.) = ‘zijn erewoord geven (op ...)’.   

si quid opus esse putaret: ‘zo nodig’, lett. ‘als hij meende dat (zo)iets nodig was’; voor si quid zie §142 quodsi quis.

sese facturum: sc. esse, a.c.i. afhankelijk van recepisset (hier in de betekenis ‘zich verplichten’, door Pinkster s.v. recipio uitgesplitst in 16 ‘op zich nemen, aanvaarden’ en 17 ‘beloven, garanderen, toezeggen’).  

tantulum: ‘ook maar een weinig’; vgl. §130 tantulo.

in rem suam: ‘tot eigen voordeel’ (Pinkster s.v. res 10), waarbij het hier duidelijk gaat om financieel voordeel (vgl. Pinkster s.v. res 2).