Argumentatio-1

Paragraaf 82

vereor ne aut molestus sim vobis, iudices, aut ne ingeniis vestris videar diffidere, si de tam perspicuis rebus diutius disseram. Eruci criminatio tota, ut arbitror, dissoluta est; nisi forte exspectatis ut illa diluam quae de peculatu ac de eius modi rebus commenticiis inaudita nobis ante hoc tempus ac nova obiecit; quae mihi iste visus est ex alia oratione declamare quam in alium reum commentaretur; ita neque ad crimen parricidi neque ad eum qui causam dicit pertinebant; de quibus quoniam verbo arguit, verbo satis est negare. si quid est quod ad testis reservet, ibi quoque nos, ut in ipsa causa, paratiores reperiet quam putabat.

 

diutius disseram: de alliteratie versterkt de indruk dat Cicero nog meer argumenten zou hebben, als de jury nog langer over dit punt zou willen doorgaan. Maar andere woorden die eveneens met een d- beginnen, maken duidelijk dat dat niet nodig is: dissoluta est – declamare, dus Erucius’ aanklacht is volledig ontkracht omdat hij als een schooljongen tijdens de retoricales heeft gesproken (gedeclameerd) en niet zoals bij een echte rechtszitting gepast is.

commenticiis – commentaretur: de zware alliteratie versterkt het verband tussen de verzonnen aanklacht en een slecht gemaakte declamatie in de retorenschool (zie context).

paratiores reperiet quam putabat: de alliteratie sluit dit deel van de argumentatio af en benadrukt nog eens het verschil tussen de slecht voorbereide Erucius en de zeer goed voorbereide Cicero.

commenticiis: een keer eerder, in §42, heeft Cicero hetzelfde woord gebruikt en dus expliciet gezegd dat Erucius heeft gelogen, zie ook §30 over de Titi Roscii (confingunt). Op andere plaatsen suggereert hij dit alleen maar.

declamare: het was in de retorische opleiding gebruikelijk om declamaties te houden, speeches over verzonnen en vaak zeer onwaarschijnlijke aanklachten. Hierbij was het wenselijk dat de leerling zijn belezenheid toonde door uit speeches van vroegere rechtszaken te citeren. Ook commentari verwijst op zo’n schoolcontext. Opnieuw doet Cicero het voorkomen alsof Erucius een leerling in de retorenschool is. Met deze suggesties was Cicero ook zijn argumentatio begonnen, zie §37.

ad testes reservare: na de pleidooien van aanklacht en verdediging ging men over op het ondervragen van de getuigen. Het kon een slimme tactiek zijn om hiervoor nog verrassingen achter de hand te houden.