Argumentatio-2

Paragraaf 85

hunc quaesitorem ac iudicem fugiebant atque horrebant ei quibus periculum creabatur ideo quod, tametsi veritatis erat amicus, tamen natura non tam propensus ad misericordiam quam applicatus ad severitatem videbatur. ego, quamquam praeest huic quaestioni vir et contra audaciam fortissimus et ab innocentia clementissimus, tamen facile me paterer vel illo ipso acerrimo iudice quaerente vel apud Cassianos iudices, quorum etiam nunc ei quibus causa dicenda est nomen ipsum reformidant, pro Sex. Roscio dicere. 

 

quaesitorem ac iudicem fugiebant arque horrebant: de verdubbelingen roepen bij de toehoorders als het ware de herinnering aan de strenge Cassius op. Rechters zoals hij (de Cassiani iudices) komen aan het eind van de alinea terug en vormen zo een ringcompositie.

contra audaciam: voor audacia zie §7.

fortissimus – clementissimus: net zoals de oude rechter Cassius in §84 vleit Cicero ook de voorzitter van deze rechtbank, Fannius (zie §11), met twee superlativi om hem voor zich in te nemen.

quaesitorem ac iudicemem: resp. voorzitter van en rechter in een juryrechtbank.

quibus periculum creabatur: letterlijk ‘voor wie een risico geschapen werd’, nameljk dat ze als verdachten in een strafzaak moesten verschijnen.

misericordia – severitas: een rechter die de waarheid probeerde te achterhalen (veritatis amicus), kon dat op een strenge of een milde manier doen. Voor Cicero is misericordia dus vergelijkbaar met clementie (zie verderop clementissimus) en daarom een positieve eigenschap. Hier was niet iedereen het mee eens; Seneca zegt in zijn werk De clementia bijvoorbeeld dat strengheid (severitas) en clementie (clementia) goed zijn, maar als hun slechte tegenhangers wreedheid (crudelitas) en medelijden (midsericordia) hebben.

natura: abl. ‘van nature’.

non tam ... quam: ‘niet zozeer ... als wel’ 

vel ... vel: ‘ofwel ... ofwel’, gevolgd door respectievelijk een abl. absolutus en een voorzetselgroep.

Cassianos iudices: ‘Cassiaans’, d.w.z. ‘zoals Cassius’.

quibus: dat. auctoris (‘door wie een zaak bepleit moet worden’).